Het Gelmelslot van Hoogstraten

Inleiding
Het legendarisch ontstaan
De eerste ´Vrouwen en Heren´ van Hoogstraten
Antoon de Lalaing & Elisabeth Culemborgh
Hoogtepunt en verval : de volgende graven
De vorsten van Salm Salm
Nieuwe tijden, een nieuwe bestemming
Het kasteel als bedelaarshuis, landbouwkolonie en penitentiair schoolcentrum
De verschillende bouwstijlen van het huidige complex

 

Antoon de Lalaing werd in 1480 geboren als jongste zoon van Heer Joost de Lalaing, een edelman uit Montigny in Frans-Vlaanderen, die in 1483 als bevelhebber van het leger van Keizer Maximiliaan sneuvelde bij het beleg van Utrecht. De jonge wees werd opgevoed aan het Bourgondische hof te Brussel, samen met de jonge prins Filips, bijgenaamd de Schone en vader van de latere Keizer Karel V.

Toen prins Filips door zijn huwelijk het koninkrijk Aragon (Spanje) erfde, vergezelde Antoon hem als tweede hoveling op reis naar Madrid, en schreef over die reizen opgemerkte verslagen.
Na de vroegtijdige dood van Koning Filips trad Antoon in de hofdienst van diens zuster, Margaretha van Oostenrijk, die tot landvoogdes van de Nederlanden was aangesteld.
Hij was de enige edelman uit de Nederlanden die haar volste vertrouwen genoot en werd opgenomen in haar Geheime Raad. In 1505 bezat hij reeds een aanzienlijk fortuin en vier jaar later huwde hij met de rijke erfdochter van jonker Jasper van Culemborg, Elisabeth, de eerste hofdame en de nicht van de landvoogdes.
Gezien zijn uitzonderlijke kwaliteiten werd hij aangesteld als leermeester van de jonge prins Karel en belast met het beheer van de Financiën van de keizer in de Nederlanden. In 1516 werd hij voor zijn verdiensten tot Ridder in de Orde van het Gulden Vlies geslagen, waardoor de kans om door te stoten tot de hogere adel aanzienlijk werd vergroot. Graaf van Montigny worden stelde uiteindelijk niet zoveel voor, gezien dit slechts een klein, onooglijk dorp in Frans-Vlaanderen betrof, maar door zijn huwelijk met de eerzuchtige Elisabeth was het mogelijk de heerlijkheid Hoogstraten tot graafschap te laten verheffen. Daarom schonk ze hem eerst het vruchtgebruik en later de volle eigendom van de heerlijkheden Hoogstraten, Minderhout en Rijkevorsel en haar eigendommen in Meer, Meerle en Meersel, naast de zogenaamde Hoven van Hoogstraten in Brussel en Mechelen.
Aldus werd het Land van Hoogstraten opnieuw één geheel dat door Keizer Karel op 25 november 1518 tot graafschap werd verheven. Vanaf toen liet de graaf zich in politieke middens kortweg Hoogstraten noemen.

Margaretha van Oostenrijk verbleef meermaals op het kasteel in Hoogstraten en overlaadde haar gunsteling en vertrouwensman met tal van geschenken. Na haar overlijden in 1530 werd de graaf belast met het begeleiden van haar stoffelijk overschot van Mechelen naar Brou, bij Dijon.
Het gravenpaar bleef echter kinderloos en onder impuls van de godvruchtige gravin werden in Hoogstraten indrukwekkende bouwwerken en diverse kunstwerken gerealiseerd. Hiertoe deed zij beroep op de toenmalige grootmeesters van de architectuur: Rombout Keldermans, een afstammeling uit het geslacht van de beroemde bouwmeesters, die voor hen te Mechelen, naast het Hof van de landvoogdes het riante Hof van Hoogstraten had laten bouwen, en op Domien de Waghemaker.
Tussen 1525 en 1540 lieten ze het kasteel verbouwen tot een indrukwekkend hooggothisch gebouw met wallen, wachttorens, ophaalbruggen, een wapenzaal en een slotkapel.

Daarnaast werkten de Mechelse meesters in hun dienst om Hoogstraten met de imposante Sint-Katharinakerk, het stadhuis en een kapel voor het Clarissenklooster te verrijken. Volgens bouwrekeningen uit die tijd werden er ter plaatse zowel voor het kerkgebouw als voor de toren en het kasteel in veldovens minstens driemaal 5 miljoen bakstenen gemaakt en verwerkt.

Het kasteel te Hoogstraten was toentertijd erg luxueus ingericht. Naast de kapel waren er talrijke zalen versierd met wandtapijten, schilderijen, tafels, buffetten en stoelen in houtsnijwerk, glas- en kristalserviezen, zilverwerk en wapenschilden. De graaf bezat een unieke bibliotheek met boeken, gebonden in perkament of met fluweel overtrokken en zilveren beslag en een uitgebreide verzameling landkaarten. Het kasteel gold in die dagen als één van de belangrijkste culturele centra in de Lage Landen. Door brand, verwoesting en deportatie ging de inhoud ervan echter verloren.
Uit die tijd dateren nog de duiventoren, de wapenzaal en de hoofdingang, die echter in de loop der eeuwen werden aangepast.

De graaf zelf heeft zijn kasteel echter nooit in volle glorie gezien. Geheel onverwacht overleed hij op 2 april 1540 te Gent. Zijn lijk werd gebalsemd, naar Hoogstraten overgebracht, opgebaard op het hoogkoor in de kerk en daarna bijgezet in de grafkelder. Zes weken lang bleef de rouwbekleding in het kasteel hangen en daarna verhuisde de gravin naar haar geboorteplaats Culemborg.

De Sint-Katharinakerk was destijds bestemd als grafkerk voor de graven en hun nakomelingen.
Vooraan is er een indrukwekkend grafmonument met hun beeltenis die eveneens te zien is in de schitterende glasramen. Hun wapenschilden zijn op verscheidene plaatsen afgebeeld en vinden we eveneens terug in het Gelmelslot. Hun namen werden onder meer vereeuwigd in de Antoon de Lalaingstraat, de Culemborglaan en de gravin Elisabethlaan.

[Naar boven ]